Haven

De hemel is grauw achter donkere wolken
Schepen wachten gemeerd aan de ree
Meeuwen die krijsend het luchtruim bevolken
vliegen in kille wind, komend van zee

Bonkige kerels zijn druk aan het sjouwen
Een havenloods wijst er een tanker zijn plaats
De kranen grijpen de vracht met hun klauwen
En in de kantine heeft menigeen praats

De schepen vertrekken en zullen weer komen
Geen uur in de week ligt de haven hier stil
Ik kijk naar het water en sta wat te dromen
Gesloten de jas want vandaag is het kil