Reuzenpoppenhuis

Negen reuzen woonden er gezellig in het bos
Het hele huis was mooi bekleed met zacht en prachtig mos
Er waren zeven kinderen met alle dagen feest
Maar als er eentje jaren was natuurlijk wel het meest

De zeven reuzenkinderen lagen al lang in bed
toen moeder sprak tot vader Reus: “Nu even opgelet
Het gaat om de verjaardag van ons jongste kind, Cato
Zij wil alleen een poppenhuis, niets anders als cadeau”

De reus liep naar de stad en was er eerder dan de trein
In iedere speelgoedwinkel zag hij veel, maar veel te klein
Pas toen hij moe ging zitten op een heuvel bovenaan
zag hij beneden in het dal een grappig huisje staan

Hij deed een grote stap en stond meteen al in de tuin
Het dak was vrolijk rood en alle stenen waren bruin
Nu was het lange zoeken naar een poppenhuis voorbij
De reus dacht verder niet meer na en was alleen maar blij

Zo stond hij bij het huis en hield het dak al stevig vast
Toen hij begon te tillen werd hij plotseling verrast
Daar kwam een meisje uit de deur, zij keek verbaasd omhoog
Zij vond het niet zo leuk dat alles in het huis bewoog

Het meisje stond daar in de tuin, de reus stond voor de zon
Zij maakte hem snel duidelijk dat zoiets echt niet kon
Het speet de reus ontzettend veel, hij had niet nagedacht
Maar thuis werd er toch door Cato een poppenhuis verwacht

Het mensenmeisje dacht eens na en kreeg een goed idee
Zij mocht toen heel voorzichtig op de reus z’n schouder mee
Het meisje wist een huisje hier, het stond al jaren leeg
Catootje zou er blij mee zijn als zij het strakjes kreeg

Dit was precies het poppenhuis waar lang naar was gezocht
Het stond daar maar verloren in een stil verlaten bocht
De vader van het meisje wilde graag het huisje kwijt
Maar niemand wou het hebben, zeurde hij de hele tijd

Het huis werd netjes ingepakt met duizend rol papier
Straks zou het worden uitgepakt met reuzenveel plezier
De reus was heel gelukkig met wat hij gekregen had
Als was voor hem het bos niet ver, toch moest hij weer op pad

Het meisje zwaaide nog een tijd, tot zij hem niet meer zag
Haar vader wuifde mee en zei: “Dat was een mooie dag
Dat huisje maakt daar in het bos een reuzenblije snuit”
Toen iedereen tevreden was, was dit verhaaltje uit