Het Mannetje



Er was een mannetje dat liep in de fabriek
En ach, dat mannetje was reuze fanatiek
Het opende zijn grote mond
Als het iets ontoelaatbaar vond
En gaf dan zonder zout meteen kritiek

Datzelfde mannetje leek op een generaal
En ach, dat mannetje sprak hele stoere taal
In opdracht van de fabrikant
Hield het de wacht met harde hand
Meedogenloos en met een hart van staal

Mannetje, ach mannetje
Wat dacht je te verwachten?
Jij onderschat de grote kracht
Van al jouw dwanggedachten

Nu is dat mannetje al jaren met pensioen
En ach, dat mannetje heeft weinig meer te doen
Wel staat het in de buurt bekend
Als tirannieke wijkagent
Bewaker van het burgerlijk fatsoen

Mannetje, ach mannetje
Wat kun je nog verwachten?
Als jij nu eens wat vaker lacht
Zal dat jouw hart verzachten

Als wie het laatst het beste lacht
Mag jij nog wat verwachten